Stap 1: Op verkenning

In project koos je een thema. Hier verkennen de literatuur errond. Daartoe maak je eerst een bibliografie van tien werken. Zoek via de catalogus van de bibliotheek, een gericht zoeken in de bibliotheek en online naar boeken, tijdschriftartikels en online-artikels. Zorg voor consequente referenties. Let wel: een groep van negen studenten heeft dus negen verschillende bibliografieën. Open Word en geef het bestand een naam (Klas_naam_voornaam_.doc). Maak een titelpagina met je identiteitsgegevens. Voorzie onderaan een paginaeinde. Later komt op pagina 2 de inhoudstafel. Maak op pagina 3 plaats voor een bibliografie.

Een basistekst

Terwijl je bovenstaande bibliografie samenstelt, zoek je gericht naar een degelijke tekst die aan de volgende voorwaarden voldoet. De tekst…

  1. …komt uit een vaktijdschrift of is een hoofdstuk uit een wetenschappelijk boek, een verzamelwerk, een cursus…
  2. …telt tussen de vijf en vijftien pagina's.
  3. …is voorzien van een bronnenlijst.
  4. …is (relatief) recent.

Toon de tekst aan de docent. Hij beslist of je verder kan. Maak een papieren kopie en werk daarop. Wie een digitale versie heeft, maakt er een link naar op de wiki. Een groep van negen studenten heeft negen verschillende teksten. Beantwoord in je Word-document, op pagina 4 de volgende vragen:

Vormanalyse

  1. Wie schreef het artikel? Wat vind je over de auteur? Geeft het artikel informatie over de auteur? Wat vind je op internet? Zoek gericht naar bijvoorbeeld de werkplek van de auteur. Wat heeft de auteur nog geschreven (zoek via de schoolcatalogus en andere).
  2. Uit welk tijdschrift/boek komt het? Wie is de uitgever en wat weet je over die uitgever?
  3. Voor welke doelgroep is het geschreven?
  4. Wanneer is het gepubliceerd? Is dat, gezien de context, recent?
  5. De structuur van het artikel. Is die logisch of is het één doorlopende tekst? Zijn er veel of weinig tussentitels?
  6. Hoe worden de referenties opgemaakt?

Inhoudsanalyse

Onderlijn in

  1. rood de interessante bronnen die je nog wil doornemen
  2. blauw de opgenoemde organisaties
  3. groen de namen van andere deskundigen of specialisten
  4. zwart definities, moeilijke woorden, wetteksten

Verklaar moeilijke woorden en definities via de digitale woordenboeken (de hogeschool stelt ter beschikking). Maak een synthese in een PowerPoint van tien dia’s. Zoek illustraties en laat je presentatie vanzelf lopen. Animeer functioneel. Sla ze op als Klas_naam_voornaam.ppt.

Motivatie?

  1. Woordenboeken breiden je woordenschat uit en verbreden je zoek- of [trefwoorden].
  2. Je leert het onderscheid maken tussen soorten bronnen.
  3. Je leert verwijzen.
  4. Je leert omgaan met Word, PowerPoint, een browser.
  5. Je verkent de campusbibliotheek.
  6. Je gebruikt relevante catalogi en databanken.
  7. Je gaat kritisch om met bronnen.
  8. Je verkent een onderwerp op verschillende vlakken (inhoud, specialisten, organisaties…).

Klik verder naar stap…

Stap 2 Stap 3 Stap 4 Stap 5 Afwerking