Hoofdstuk 5. Informatie-evaluatie

Klik hier voor de presentatie over het evalueren.

Wist je dat…

  • Je in naam van iemand anders kan SMS'en?
  • Fototrucage mensen mooier maakt? Of lelijker, als het moet… Vrijwel elke foto in de krant of op internet is bewerkt! Kijk eerst naar dit filmpje van Dove of naar deze ontmaskering.
  • Er berichten gemaakt worden om journalisten een loer te draaien. Dergelijke berichten worden canards genoemd. Ze verschillen soms nauwelijks van stadslegendes.
  • Goed ogende websites valse informatie doorspelen?
  • Journalisten opzettelijk foute berichten de wereld insturen? Kijk op het impulscentrum naar (minstens) een van deze reportages. 1. Orson Welles War of the Worlds (Canvas Days that shook the World); 2. Maanlanding (VPRO Import) of 3. Bye bye Belgium (RTBF).
  • Een verkeerd bijschrift bij een prima foto snel geplaatst is?
  • De zetduivel vaker toeslaat dan gedacht?
  • Sommige mensen wel heel goed gelovig zijn. Klik hier en bel en sms één jaar gratis. In tien dagen tijd tekenden 7200 jongeren in op dit aanbod.
  • Een fout gespelde naam? Een foutief jaartal? Een verkeerde leeftijd of woonplaats? Tja, iedereen maakt fouten, niet?

'Oft waer is, sal den tydt leeren!'

Abraham Verhoeven, een prille 'gazettier' besloot zijn artikels in de Antwerpse krant de Nieuwe Tijdinghen met het zinnetje "Oft waer is, sal den tydt leeren.' De auteur waarschuwt hiermee zijn lezers in de vroege zeventiende eeuw voor al te hooggespannen verwachtingen inzake de betrouwbaarheid van zijn schrijfsel. Het bericht zou ook nu nog gebruikt kunnen worden.

Voor je de info overneemt of gebruikt, evalueer je. “Ik heb de pest aan informatie, je kunt je eigen vooroordelen niet meer vertrouwen” schrijft Jan Blokker ergens. Het citaat is in een mum van tijd gevonden, geknipt en geplakt in dit document. Zo bouwt een cybernaut teksten. De referentie is uiteraard vergeten, want er is zoveel te vinden en de tijd ontbreekt om de locatie te registreren. En noteer je die, dan is de locatie bij een eerstkomende consultatie stellig bijgesteld. Deze laatste zin is met de elektronische synoniemenlijst bewerkt om plagiaat te vermijden.

Informatie wordt altijd gemaakt. Woordvoerders, journalisten, fotografen, redacteurs… één voor één maken zij nieuws. Toch wordt die menselijke oorsprong (de tussenpersonen) snel vergeten. Niet alleen het sociaal-agogisch werk, maar elke discipline evalueert informatie. Uiteraard vereist de doorlichting kennis van zaken, maar niettemin bestaan er “typevragen” die ongeacht het onderwerp en ongeacht de drager [papier of digitaal] gelijk zijn.

  1. Zo dient de informatie betrouwbaar en controleerbaar, nauwkeurig, volledig, redelijk en eerlijk, relevant en actueel te zijn. Dit is de inhoudelijke evaluatie.
  2. Uiteraard volstaat het niet gegevens puur inhoudelijk te bekijken. Omdat vorm en inhoud niet los te koppelen zijn, krijg je criteria aangereikt om de vorm te evalueren. Deze vormelijke evaluatie heeft oog voor toeters en bellen, structuur, overzichtelijkheid en lay-out die al dan niet toelaten te vinden wat je zoekt.
  3. Tenslotte speelt bij elektronische informatie het technische proces een rol in het al dan niet beschikbaar maken van de gegevens. Dit is de technische evaluatie.1

Dit kritisch kijken naar teksten past in een groter geheel, namelijk in dat van een verantwoord(elijk) ICT-gebruik. Het gaat om competenties en attitudes, zoals alertheid voor schadelijke of inhouden, discriminerende taal, een etiquette op het web enzovoort. Het ministerie van onderwijs publiceerde in deze context een brochure die ook door de studenten van het hoger onderwijs gebruikt kan worden. Downloaden doe je hier.

1. Inhoudscontrole

In welke mate is de inhoud betrouwbaar en controleerbaar, nauwkeurig en volledig, redelijk, relevant en actueel?

0. BEDOELING

Voor je nagaat of een site/tekst betrouwbaar en controleerbaar, nauwkeurig en volledig, redelijk, relevant en actueel, is controleer je de bedoeling van de makers. Wat is de aard van je bron?

  • Informatief?
  • Persoonlijk?
  • Commercieël?
  • Opiniërend?

1. BETROUWBAAR EN CONTROLEERBAAR

Betrouwbare info is op haar juistheid gecontroleerd of kan dat worden. Van moeilijk te controleren informatie daalt de betrouwbaarheid.

Dog.jpg

Gebrek aan betrouwbaarheid is vaak uit de context af te leiden: anonieme info is onbetrouwbaar [geen auteur, geen organisatie]. Een cartoon uit The NewYorker toont twee honden voor een monitor, waarvan de ene zegt: ‘Op internet weet niemand dat je een hond bent.’ Webinformatie is lastiger te controleren dan info in boeken. Het ontbreken van een redactie maakt het moeilijk om de betrouwbaarheid van sites in te schatten. Een goede site bevat net als een boek de naam van de maker en zijn functie, de naam van de organisatie, een contactadres, liefst meer dan een mail, het doel van de organisatie en een datering van de info.
Het controleren begint dus met de vraag naar de auteur, de maker van de pagina. Dit maakt het mogelijk een mail te sturen naar de auteur met de vraag om meer uitleg. Je kunt de auteursnaam in Google of in de sociale kaart [je zoekt naar de werkplek] tikken of via een catalogus zoeken naar een bibliografie. Zoek uit wat de expertise van de auteur is, door zijn opleiding, werkomgeving of andere documenten te vinden. Verder kan de maker de controleerbaarheid vergemakkelijken door zijn gegevens, het cijfermateriaal of zijn stellingen te onderbouwen met kritische linken, een bibliografie of voetnoten. Van informatie die een redactionele controle onderging of geverifieerd is door een onafhankelijke instantie stijgt de betrouwbaarheid. In die zin is er een verschil tussen de informatie van een officieel kanaal [overheden en hun instanties, persbureau’s…] en de linken die je krijgt na het intikken van een trefwoord. In het eerste geval is er een kwaliteitscontrole, in het tweede geval [nog] niet. Eindigen sites op .ac.be of .edu, .org of .gov zijn het respectievelijk universiteiten, organisaties en staatsinstellingen.
De vereisten hoeven je niet te beletten om 'slechte' sites te gebruiken. Info uit deze sites kunnen je naar goede sites leiden of je op ideeën brengen. Bovendien is het mogelijk de gedeeltelijke waarheid te spreken door geen leugens te vertellen maar door een feitenselectie het totaalbeeld te verdraaien.
Een manier om de betrouwbaarheid na te gaan, is trianguleren. Dit is het vergelijken van de informatie met minstens twee andere [relevante] bronnen. Twee is noodzakelijk, want op internet wordt veel overgenomen. Een mogelijkheid dient zich aan bij het complexe zoeken van Google en AltaVista. Tik als zoekterm “link:www.naamsite.be” in en je krijgt sites die naar de site verwijzen. Zo bepaal je de relatieve waarde van de site. Relatief betekent drie zaken.

  1. Als meerdere webpagina’s hetzelfde zeggen over een onderwerp, werkt dit geruststellend. Maar let op, dit kan vals zijn. Citeren is eenvoudig. Met kopiëren en plakken zorg je voor exacte citaten. Het gemak van het knip en plakwerk, verhoogt het risico op plagiaat en verlaagt het controleren van de info. Wie zich in een onderwerp inwerkt, merkt snel dat diverse sites [gemaakt door andere auteurs, andere organisaties] gelijke zinsneden, bewoordingen of tekststructuren gebruiken. Zoveel toeval is onmogelijk en illustreert een klakkeloos overnemen van data.
  2. Een site die beweert een autoriteit te zijn in een vakgebied, maar waar slechts vijf sites naar verwijzen, is vermoedelijk niet zo sterk. Wil je meer zekerheid, dan is het nodig om ofwel de site goed te bestuderen, te vergelijken of de commentaren op verwijspagina’s te lezen.
  3. Bij tegenstrijdige informatie is het belangrijk te weten welke auteur het meeste autoriteit heeft. Is het document afkomstig van een kritisch wetenschapper, is het uitgegeven bij een gerenommeerde uitgeverij [overzicht uitgevers op www.lights.com/publisher], staat het in een gezaghebbend tijdschrift of is het afkomstig van een onderzoeksinstelling, een hogeschool, een universiteit of van een overheid? Laat in je studie niet na om te wijzen op botsende visies en tegenstrijdige ideeën. Dit helpt bij het ontwikkelen van je eigen mening.

Opdracht: Lees het artikel "Zie ginds komt de stoomboot" op http://gameovergames.skynetblogs.be/post/5964320/zie-ginds-komt-de-stoomboot en post een commentaar of een gelijkaardige ontdekking.

2. NAUWKEURIG EN VOLLEDIG

Als je evalueert op nauwkeurigheid ga je na in welke mate er slordigheden of onnauwkeurigheden voorkomen. Verkeerd taalgebruik en tikfouten tonen aan dat de auteur weinig aandacht schenkt aan de inhoud. Let op voor vage of algemene omschrijvingen zoals “men beweert dat er veel wordt…” Dit zijn teksten die lucht verkopen. Op internet verschijnt regelmatig onvolledige info [de “under contruction”]. Andere info is bewust onvolledig en werkt als smaakmaker of zet aan tot kopen, sommige bronnen behandelen het onderwerp oppervlakkig of wekken de indruk het onderwerp volledig te dekken, maar stellen na consultatie teleur.

3. REDELIJK EN EERLIJK

Redelijkheid?

Objectiviteit bestaat niet. De ‘werkelijkheid’ in taal gieten is ontzettend moeilijk: gewild of ongewild, steeds kijk je door filters van voorkennis, afkomst, behoeften, verwachtingen… Wat je ziet is cultureel bepaald. De discussie subjectief en objectief is hier aan de orde. Daarom is het onredelijk een auteur te vragen objectief te zijn. Verwacht van de auteur dat hij afstand doet van vooringenomenheid, een redelijke argumentatie gebruikt en eventueel uiteenlopende visies poneert. Vraag je af welk belang de auteur bij het onderwerp heeft. Zo rapporteert Greenpeace anders over een olietanker dan de eigenaar. Hoe redelijk is de informatie? Worden de ingenomen standpunten geëxpliciteerd? Wordt de website gesponsord? Hoe evenwichtig worden tegengestelde standpunten gepresenteerd?

  • FEITEN ≠ TAAL
  • REALITEIT ≠ JE MENING
  • FEITEN ≠ JE MENING ≠ TAAL

In hoeverre weerspiegelen gedachten realiteit? En, in welke mate zijn we in staat om de realiteit die we feiten noemen, te beschrijven?

Eerlijkheid?

Eerlijkheid is het al dan niet bewust manipuleren, verdraaien of verzwijgen. Worden de standpunten eerlijk gepresenteerd? Neemt de auteur een standpunt in? Is de partijdigheid acceptabel? Wordt dat standpunt gepresenteerd als een mening of als een feit? De discussie tussen waarnemen en interpreteren is hier aan de orde. Er bestaan aspecten die niet onmiddellijk in de tekst te vinden zijn, maar essentieel zijn om een verschijnsel te begrijpen. Je interpretatie moet die afzonderen en je onderzoek moet oorzaken, ritmes, tegenstellingen, paradoxen, gevolgen, krachtsverhoudingen of paradigma’s uitklaren. Leugens en vervalsingen zijn bewuste manipulaties die minder voorkomen dan indirecte censuur. Zo ziet [http://www.theonion.com] er uit als een serieuze internetpublicatie. De teksten geven aan dat het om een parodie gaat. Toen The Onion in september 2002 schreef dat Al-Qaeda zich met telemarketing inlaat, nam een sheriff de waarschuwing serieus en verspreidde het bericht dat waarschuwt voor gevaarlijke telefoonoproepen.
Als je niet weet wie de auteur of de organisatie is achter de info, is het risico op een blunder reëel. Door de professionele vorm lijkt [http://www.martinlutherking.com] serieus. De maker is lid van een neonaziorganisatie, wat een ander licht werpt op de inhoud.
Autoriteitscontroles kunnen op verschillende manieren. Personen of organisaties verantwoordelijk voor een site zijn te traceren. Wie een domeinnaam aanvraagt, geeft zijn gegevens [de contactpersoon of beheerder] aan de database [http://www.allwhois.com].
Tik het adres van de te onderzoeken site en je ziet na even scrollen de organisatie Stormfront en de naam Don Black. Als de namen je niets zeggen, tik je ze in Google en je weet voldoende.
Als www.allwhois.com niet werkt gebruik je whoisfinder en centralops.
Via [http://www.dns.be] achterhaal je adressen uit het .be domein.
Eerlijkheid gebiedt dat feiten als feiten voorgesteld worden, en meningen als meningen. Wat zijn feiten, wat zijn meningen? We komen terecht in een labyrint aan definities.

Feiten
Een feit is aanvaard omdat men ziet dat die zaak zus of zo is, of omdat dit bleek, bijvoorbeeld uit onderzoek of omdat het algemeen aanvaard is. In het alledaags taalgebruik is een feit “zeker” en kan het geobserveerd of gedetecteerd worden. Als het feit een tijd bestaat, is dit een situatie of een structuur. Als het om een verandering van structuur gaat, is dit een proces [industrialisatie, emancipatie]. Een kortstondig proces is een gebeurtenis. Dit in tegenstelling tot een mening.
Meningen
Een mening is bediscussieerbaar. Een mening neemt verschillende vormen aan: een waardeoordeel of vooroordeel, een voorkeur en verwachting, een veronderstelling of een stelling. De nuances zijn subtiel. Een waardeoordeel berust op een interpretatie die je aanvaardt maar niet met feiten te ontzenuwen is, omdat de feiten verschillend worden uitgelegd. Bij een vooroordeel is men zich niet bewust van het waardeoordeel. Een veronderstelling en een stelling liggen dicht bij elkaar, net als een voorkeuren en verwachtingen. Een veronderstelling berust op een indruk of interpretatie, een stelling wordt gevolgd door een argumentatie en gaat vooraf aan een redenering [want, immers, daaruit volgt]. Een voorkeur leidt je aandacht [af]. Bij een voorkeur kan je kiezen, bij een verwachting [hoop] hoeft het object niet eens aanwezig te zijn.

Dat feiten en meningen te onderscheiden zijn is evident. Belangrijk is dat meningen niet als een feiten worden voorgesteld of omgekeerd. Soms laten journalisten of andere tekstproducenten hun mening in de tekst klinken zoals in dit citaat. “De scheiding der machten werd pas in de zeventiende eeuw geproclameerd door John Locke.” Het woordje pas zorgt dat een feit als mening voorgesteld wordt. Ook het omgekeerde is mogelijk, zoals deze uitspraak: “Een vondelingenschuif is moreel verwerpelijk en een welvaartsstaat onwaardig.” Dit is een mening die als feit wordt omschreven. Beter zou zijn “Ik vind een…”
Is het voor een auteur moeilijk om feiten en meningen te scheiden? Neen, het is mogelijk om een spreek- of schrijfstijl te ontwikkelen die de lezer niet bedriegt. Het is een kwestie van academische training. Veel moeilijker is om als lezer feiten te herkennen die als mening worden omschreven of om meningen te herkennen die als feit worden omschreven.

4. RELEVANT EN ACTUEEL

Relevant wil zeggen betrekking hebben op je onderwerp en hangt af van de context van je zoekvraag. Het is nuttig om je op een site of in een boek niet te beperken tot pagina’s die relevant lijken. Rondneuzen kan geen kwaad. Stel vragen. Wat kan je aanvangen met de informatie die je krijgt? Is het onderwerp en de begrenzing omschreven? Wanneer is de info gepubliceerd? Wanneer is de site gemaakt en voor het laatst aangepast? Hoe actueel zijn de links? Zijn er buiten werking? Is er gearchiveerde info beschikbaar?
Het constant bijwerken van sites, het uitbreiden van de inhoud is tijdrovend. Makers schatten dit niet altijd goed in. Webpagina’s van bedrijven en blogs zijn vaak beter onderhouden dan pagina’s van thuisgebruikers. Sommige sites zoals tijdsafhankelijke bronnen [dienstregelingen] vereisen courante updates. Andere met statische info of wetteksten dienen ongewijzigd te blijven. Voor diverse documenttypes gelden dus diverse criteria. Een mogelijkheid om de relatieve relevantie te meten, is na te gaan hoe vaak surfers die site aanklikten. Dit kan via [http://www.complete-planet.com].

Een geval apart: beoordelingssites

Beoordelingssites laten je toe om je mening te ventileren over een product of een dienst. De reacties halen vervolgens de potentiële gebruiker over de brug om een product of een dienst te kopen of net niet te kopen. Maar is de kritiek op de online klaagmuur altijd terecht? Is de evaluatie wel altijd zo betrouwbaar? Enkele tips, met dank aan Metro van 28 september 2010.

  • Als je kritieken vaak ziet terugkomen, weet je dat er een structureel probleem is. Of er intussen maatregelen werden getroffen om het euvel tegemoet te komen, weet je niet.
  • Wie negatieve ervaringen heeft, roept doorgaans luidt, tevreden mensen zwijgen eerder. Hierdoor kan een beoordelingssite snel verzuren.
  • Reacties zijn vaak subjectief, wat de een prachtig vindt is voor de ander een ramp. Objectieve informatie verkrijg je elders: de handleiding, kostprijs, de productomschrijving, enzovoort.
  • Laat extreem positieve en extreem negatieve meningen voor wat ze zijn.
  • Kijk naar andere posts van dezelfde gebruiker om hun achtergrond te kennen. Misschien is de persoon gewoon altijd negatief.
  • Focus op je eigen: reis je met kinderen? Let op de kindvriendelijkheid en niet op het romantische karakter van het hotel.
  • Zoek een product dat of een dienst die je kent en bekijk de meningen. Komen de meningen niet overeen met wat jij denkt, laat de site dan voor wat hij is.

2. Vormvereisten

Er zijn vijf basiseisen voor de vormgeving van rapporten en verslagen. Hou ze rustig [geen te drukke lettertypes], luchtig [voldoende witruimte], functioneel, verzorgd en consequent. Let bij een document op de consequentie van de:

  • Marges [boven, onder, links, rechts en rug]
  • Paginanummers [plaats, lettertype, Arabisch…] en kop en voetteksten
  • Lettertypes [beperk de variaties] en regelafstand [alinea]
  • Titelkoppen en markeringen
  • Opsommingen en opsommingstekens
  • Tabellen en illustraties
  • Noten

Een aantrekkelijke lay-out en een overzichtelijke navigatie bewijzen aandacht voor de paginaontwikkeling. Dit kan er op wijzen dat er aandacht is voor de inhoud. Maar de redenering is niet absoluut. Het kan dat een grafisch talent een fijne inhoudloze pagina maakt, of dat vorsers geen grafisch verstand hebben. “De inhoud is belangrijker dan de vorm” klinkt het argument dan. Maar toch. Schreeuwerige pagina’s duiden op een informatietekort, op een vingeroefening of verdoezelen de onkunde van de maker. Vragen over de esthetica en het tekstgebruik helpen bij de vormelijke evaluatie.

  • Esthetica: Hoe verzorgd zijn tekst en afbeeldingen? Worden er compositieprincipes gevolgd? Is het ontwerp complex? Oogverblindend?
  • Gebruik: Is de tekst gebruiksvriendelijk? Is de structuur overzichtelijk? Is de lay-out of de interface [menu’s, grafisch, taalkeuze, helpfunctie] duidelijk? Beperkt de vormgeving de bruikbaarheid voor doelgroepen?
  • Is de esthetica afgestemd op het gebruik? Zijn er animaties aanwezig? Storen ze of zijn ze functioneel? Leidt het ontwerp de aandacht af van de inhoud? Creëren de afbeeldingen een toegevoegde waarde of zijn ze decoratief? Is de navigatie duidelijk [index, inhoudsopgave, logisch, structuur, zoekfaciliteit, bladermogelijkheden,…]?

3. Technisch

Voor het mogelijk is elektronische teksten inhoudelijk en vormelijk te evalueren, dien je ze op te sporen, in te laden en te “lezen.” De vindbaarheid en het gemak bij het inladen is niet alleen afhankelijk van je zoektermen, het is mee afhankelijk van de instellingen van de maker [metatags]. Eenmaal de site gevonden, kan het irritant zijn lang te wachten. Evaluatievragen klinken als volgt. Wordt de site snel gevonden? Verloopt het laden snel? Zijn er spiegelsites? Is het document niet nodeloos zwaar? Gebruikt de site gebruiksvriendelijke systemen zoals html, .doc, .pdf… of heb je extra software nodig? Worden links en downloadinstructies gegeven? Is de site browseronafhankelijk? Betreft het een betaalsite? Bevat de site hinderende reclame of publiciteit? Verandert de Url regelmatig? Is de site toegankelijk of worden er voorwaarden gesteld [cookies, lidmaatschap]? Hoe zit het met de ondersteuning [Faq, instructies, helppagina]. Dr. Watson test webpagina’s gratis op technische processen. Html-fouten, gebroken links en downloadsnelheid spoor je op via http://watson.addy.com.

4. Checklist

Kijk eerst op de website van het impulscentrum naar de reportage over Noam Chomsky, Manufacturing content (National film board of Canada).
De checklist stelt onder meer de volgende vragen: komen de informatiebronnen in hun juiste, originele, versie tot ons komen of zijn ze vervalst of aangepast? Is de info betrouwbaar en controleerbaar? Wie is de maker van de pagina? Is er een redactionele controle? Wordt er verwezen naar de bronnen of plagieert men? Welke bronnen zijn er: literatuur, ooggetuigen, interviews, geruchten? Stelt de auteur de informatie redelijk voor? Draagt hij voldoende en redelijke argumenten aan? Zorgt hij voor een evenwicht tussen pro’s en contra’s? Neemt de auteur een standpunt in? Welk? Presenteert de auteur dat standpunt als een mening [ik denk…] of een feit [gebeurtenis, proces of situatie]? Nuanceert de auteur of praat hij in zwart wit termen, clichés of stereotypen? Is het verhaal niet overdreven, opgeklopt, verfraaid, ontkend? Is er een correcte selectie van argumenten en feiten? Worden kritieken van de tegenpartij weerlegd? Op welke manier is de auteur betrokken partij? In welk opzicht is de problematiek belangrijk voor de auteur? Is de auteur een deskundige inzake de materie? Kan de auteur met inzicht en voorkennis rapporteren? Zijn er gegevens die de auteur bewust niet belicht of achterhoudt? Liegt hij bewust? Wil de auteur misleiden? Deze checklist helpt je om een site of een tekst kritisch te evalueren: klik hier en begin de Wikipedia-oefening, zoals de docent heeft uitgelegd in de les.

5. Extra cursusmateriaal

Zie: presentatie "Informatie analyseren en evalueren".

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License